Niet ingesteld door Mosjee

Het Griekse Testament heeft in het Tora-jodendom geen status maar het kan soms wel een interessante inkijk bieden in de gedachtenwereld van tweeduizend jaar geleden. In het boek Johannes staat bijvoorbeeld:

Nu naderde het Joodse Loofhuttenfeest … Toen zijn broers naar het feest vertrokken waren, ging hij zelf ook.— Griekse Testament, Johannes 7:2

Waarom vierden deze Joden het Loofhuttenfeest (Hebreeuws: Soekot)? Omdat die opdracht meer dan duizend jaar daarvoor gegeven was door Mosjee (Mozes), de enige Joodse profeet met wetgevende autoriteit:

Driemaal per jaar moeten alle mannen dus voor de Eeuwige, uw God, verschijnen op de plaats die hij zal kiezen: voor het feest van Ongedesemde brood, het Wekenfeest en het Loofhuttenfeest.— Debariem/Deuteronomium 16:16

De Joden van tweeduizend jaar geleden vierden ook nog een ander feest:

In Jeruzalem werd het feest van de Tempelwijding gevierd; het was winter. Jezus liep in de tempel, in de zuilengang van Salomo.— Griekse Testament, Johannes 10:22-23

In het Hebreeuws wordt dit feest Chanoeka genoemd. Zijn Joden gehouden om Chanoeka te vieren, net als Soekot? Want Chanoeka is toch niet geboden door Mosjee? Want het feest ontstond toch pas meer dan duizend jaar later?

Judas bepaalde samen met zijn broers en de hele volksvergadering dat het feest van de altaarinwijding jaarlijks acht dagen met blijdschap en vreugde gevierd zou worden, te beginnen op 25 kislew.— 1 Makkabeeën 4:59

Volksvergadering

Toch is zo’n bepaling bindend. Maar waarom dan? Omdat het ingesteld was door de ‘volksvergadering’. Mosjee gaf voor de generaties die na hem zouden komen namelijk de volgende instructie mee:

Daar raadpleegt u de Levitische priesters en de rechter die daar op dat moment zetelt … Houd u aan de uitleg die zij u geven en aan het vonnis dat ze uitspreken.— Debariem/Deuteronomium 17:9-11

In het Griekse Testament horen we een echo van deze instelling:

De Schriftgeleerden en de farizeeën hebben plaatsgenomen op de stoel van Mozes. Houd je dus aan alles wat ze jullie zeggen en handel daarnaar.— Griekse Testament, Matteüs 23:2-3

De Hebreeuwse term voor deze volksvergadering is Beet Dien Hagadol, een soort van hooggerechtshof. Het Beet Dien Hagadol bestaat uit 71 leden en is door Mosjee zelf geïnstalleerd:

Daarna bracht hij zeventig oudsten van het volk bijeen.— Bemidbar/Numeri 11:24

En alleen wie via handoplegging (semicha) in een onafgebroken keten tot Mosjee staat, kan lid worden van het Beet Dien Hagadol, zoals Jehosjoea Ben Noen (Jozua), de opvolger van Mosjee als voorzitter van het Beet Dien Hagadol:

Mosjee … legde hem de handen op en droeg de leiding aan hem over.— Bemidbar/Numeri 27:22-23

Rambam

In de Misjnee Tora, een codificatie van de bepalingen van het Beet Dien Hagadol (Grieks: Sanedrin), geschreven door de Rambam, vinden we een toelichting:

The Supreme Sanhedrin in Jerusalem are the essence of the Oral Law. They are the pillars of instruction from whom statutes and judgments issue forth for the entire Jewish people. Concerning them, the Torah promises Deuteronomy 17:11: “You shall do according to the laws which they shall instruct you….” This is a positive commandment.

Whoever believes in Moses and in his Torah is obligated to make all of his religious acts dependent on this court and to rely on them.— Misjnee Tora, Sefer Sjoftiem, Mamriem 1:1

Veel van de Bijbelse profeten waren lid van dit Beet Dien Hagadol. Het was ook deze rechtbank die bepaalde welke boeken uiteindelijk deel uit zouden maken van de Hebreeuwse Bijbel. Zonder zo’n rechtbank zou daarover, en over allerlei andere zaken, eindeloos gediscussieerd zijn geweest, met allerlei splintergroeperingen tot gevolg.

Chanoeka indirect geboden

Met deze achtergrondinformatie op zak kunnen we de volgende conclusie trekken: hoewel Chanoeka niet ingesteld is door Mosjee, is dit feest wel opgedragen door Mosjee, namelijk via de opdracht om ons te houden aan de instructies van het Beet Dien Hagadol, ingesteld door Mosjee zelf.

Dus ja, Chanoeka is geen ‘Bijbels feest’ maar een ‘traditie van mensen’. Desalniettemin is het ingesteld binnen het raamwerk van Mosjees instructies, binnen de kaders van Jisraëels ‘grondwet’. Een Jood die Chanoeka viert, voert de opdracht van Mosjee uit om te luisteren naar het Beet Dien Hagadol.

Noachitische eed

Meer dan vijftig van onze noachieten hebben een eed afgelegd, waarmee ook zij de autoriteit van het Beet Dien Hagadol erkennen: ‘Ik beloof hierbij dat ik mij zal houden aan de zeven opdrachten van Noach en ik beloof voorts deze wetten te zullen blijven handhaven, met al hun details, in overeenstemming met de mondelinge wet van Mosjee, onder begeleiding van de rabbijnen.’

En wat is de functie van de hedendaagse rabbijnen, nu het Beet Dien Hagadol niet bestaat? Een van hun functies is om de bepalingen van het Beet Dien Hagadol zo nauwkeurig mogelijk te bewaren, toe te passen en over te dragen, omdat we eerder in de Misjnee Tora al lazen:

Whoever believes in Moses and in his Torah is obligated to make all of his religious acts dependent on this court and to rely on them.

Geen beschermde titel

Omdat de titel van rabbijn niet beschermd is, kun je ook rabbijnen tegenkomen die de bepalingen van het Beet Dien Hagadol niet als bindend beschouwen. Maar volgens de Rambam heb je dan geen ‘pilaar’ meer om op te staan… Niet alles wat Joods is, is koosjer.

Afwijkende bepalingen of nieuwe instellingen met een bindende autoriteit voor het hele volk Jisraëel zijn pas weer mogelijk als het Beet Dien Hagadol hersteld wordt, iets waar Joden driemaal daags om vragen:

Doe terugkeren onze rechters als eertijds.— Achttiengebed/Amida

Zodat de profetie in vervulling gaat:

Ik zal u uw rechters teruggeven.— Jesjaja 1:26

Nieuwsbrief

Meld je aan voor onze nieuwsbrief en blijf op de hoogte.