De tweede aanwijzing naar de mondelinge leer in de weergave van het apostelconvent in Handelingen 15 is te vinden in de argumentatie van Jakobus:

Want Mosjee heeft er van oude tijden in elke stad, die hem prediken en hij wordt op elke sabbat in de synagogen gelezen.— Handelingen 15:21

Wat betekent deze grammaticaal niet correcte en mede daardoor moeilijk te begrijpen zin?

Wat het in ieder geval niet kan betekenen, is dat gelovigen uit de heidenen, wanneer zij uit de wet van Mosjee (Mozes) op sjabbat gepredikt worden, allengs steeds meer uit de wet van Mosjee zullen leren en ook steeds meer tot naleving van deze wet zullen komen gelijk de Joden dat gewend zijn te doen. Een dergelijke lezing van deze tekst staat haaks op de stelling van Jakobus in de twee verzen ervoor en het besluit van de vergadering zoals neergelegd in bovengenoemde brief.

Het kan in mijn wijze van zien alleen maar betekenen dat Jakobus zijn stellingname in de verzen 19 en 20 (‘daarom oordeel ik dat’, etc.) onderbouwt met een beroep op ‘Mosjee’. Hij zegt met andere woorden dat de heidenen niet beroerd mogen worden anders dan dat zij zich dienen te onthouden van genoemde zaken omdat dat volgens de wet van Mosjee zo is én dat iedereen die Mosjee kent dat ook kan weten en behoort te weten. De beslissing van de apostelen is conform de wet van Mosjee en geen nieuwlichterij, aldus Jakobus.

Maar nu komt mijn punt zoals van belang voor dit overzicht. Jakobus benoemt dit als een regel die van ‘Mosjee’ is. Maar wat nu als dit een regel betreft die niet expliciet in de geschriften van Mosjee te vinden is maar voortkomt uit de mondelinge leer? Dan benoemt Jakobus de mondelinge leer waarvan hier sprake is als ‘Mosjee’ (als een metafoor voor ‘het gezag van Mosjee’) en wordt dit tenslotte ook een aanwijzing voor het bestaan van een (gezaghebbende) mondelinge leer (vergelijk ‘de stoel van Mosjee’ waar Jezus op doelde, Matteüs 23:2).

Nieuwsbrief

Meld je aan voor onze nieuwsbrief en blijf op de hoogte.